Van antenne tot internet: hoe televisietechnologie is veranderd

Van antenne tot internet: hoe televisietechnologie is veranderd

Televisie heeft in minder dan een eeuw een indrukwekkende technologische ontwikkeling doorgemaakt. Van wazige zwartwitbeelden via een dak antenne tot kristalheldere 4K-streams via een glasvezelverbinding. In dit artikel volgen we die ontwikkeling stap voor stap en bekijken we hoe IPTV past binnen de bredere geschiedenis van televisietechnologie in Nederland.

De beginjaren van televisie in Nederland

De Nederlandse televisiegeschiedenis begint officieel op 2 oktober 1951, de dag waarop de NTS, de voorloper van de NOS, haar eerste reguliere uitzendingen startte. In de beginjaren bereikten die uitzendingen slechts een klein deel van de bevolking. Televisietoestellen waren duur en de infrastructuur voor het verspreiden van het signaal was beperkt.

De technologie achter die vroege uitzendingen was analoog. Een camera zette een beeld om in een elektrisch signaal dat via zendmasten werd uitgezonden. Antennes op de daken van huizen vingen dat signaal op en stuurden het door naar de beeldbuis van de tv. De beeldbuis, ook wel kathodestraalbuis of CRT genoemd, maakte van dat elektrische signaal opnieuw een zichtbaar beeld door elektronen te richten op een fluorescerend scherm.

De beeldkwaliteit van die vroege televisietoestellen was naar hedendaagse maatstaven bescheiden. Het beeld was zwart-wit, de resolutie was laag en storingen door weersomstandigheden of objecten die het signaal blokkeerden kwamen regelmatig voor. Toch veranderde televisie het dagelijks leven in Nederland ingrijpend. Voor het eerst was het mogelijk om live beelden van gebeurtenissen van ver weg rechtstreeks in de huiskamer te volgen.

De komst van kleurentelevisie en kabelnetwerken

In 1967 startte Nederland met proefuitzendingen in kleur. Het PAL-systeem, wat staat voor Phase Alternating Line, werd ingevoerd als standaard voor kleurentelevisie in West-Europa. PAL verbeterde de kleurnauwkeurigheid ten opzichte van het Amerikaanse NTSC-systeem door faseverschillen per beeldregel te corrigeren, wat resulteerde in een stabieler kleurbeeld.

Tegelijkertijd begon in de jaren zeventig de uitrol van kabelnetwerken in Nederland. Via coaxkabels kon televisiesignaal worden doorgestuurd naar huishoudens zonder dat een dakantenne nodig was. Kabelnetwerken maakten het ook mogelijk meer kanalen aan te bieden, omdat de capaciteit van een kabelverbinding groter is dan die van de etherfrequenties die beschikbaar zijn voor zendmasten.

In de jaren tachtig en negentig groeide het kabelnetwerk in Nederland uit tot een van de dichtstbevolkte ter wereld, gemeten naar het percentage huishoudens dat was aangesloten. Kabel werd de dominante manier waarop Nederlanders televisie keken en bleef dat gedurende vele jaren.

Digitale televisie en de afschakeling van het analoge signaal

In de jaren negentig begon de overgang van analoog naar digitaal. Digitale televisie codeert het videosignaal als een reeks nullen en enen, vergelijkbaar met hoe computerdata wordt opgeslagen. Dat maakt het mogelijk meer kanalen te verspreiden over dezelfde bandbreedte en biedt ook ruimte voor hogere beeldkwaliteit.

In Nederland werd het analoge kabelsignaal gefaseerd uitgeschakeld. Rond 2006 schakelden de meeste grote kabelaanbieders over naar volledig digitaal. Dat vereiste het gebruik van een digitale decoder of een televisie met ingebouwde digitale tuner. Tegelijkertijd nam ook de verspreiding van digitale satellietontvangst toe, onder andere via het DVB-S-systeem dat Europa-breed werd ingezet.

Digitale televisie bracht ook de introductie van interactieve functies. Kijkers konden nu via een terugkanaal communiceren met de dienst, wat de basis legde voor functies als teletekst in verbeterde vorm, elektronische programmagidsen en later ook video on demand.

Historisch feit: Nederland was wereldwijd een van de koplopers in de uitrol van digitale kabeltelevísie. Al in 1998 startte Casema, een van de toenmalige grote kabelmaatschappijen, met digitale tv-diensten voor consumenten, ruim voor veel andere Europese landen dezelfde stap zetten.

HDTV en de opkomst van hogere resoluties

Met de komst van flatscreens op basis van LCD- en plasmatechnologie groeide ook de vraag naar hogere beeldkwaliteit. HDTV, ofwel High Definition Television, bood een resolutie van 1280 bij 720 pixels of 1920 bij 1080 pixels, een veelvoud van de standaard definitie die daarvoor gangbaar was.

In Nederland startten de eerste HD-uitzendingen via satelliet rond 2005. Kabelaanbieders volgden kort daarna. HD vereiste niet alleen nieuwe uitzendapparatuur aan de kant van de omroepen, maar ook nieuwe decoders en televisietoestellen aan de kant van de kijker. De overgang naar HD verliep geleidelijk en duurde meerdere jaren.

Na HD volgde Full HD met een resolutie van 1920 bij 1080 pixels, en later Ultra HD of 4K met een resolutie van 3840 bij 2160 pixels. Elk van die stappen vroeg om hogere transmissiesnelheden en efficiëntere compressietechnieken. De ontwikkeling van videocodecs als H.264 en later H.265 maakte het mogelijk hogere resoluties te verzenden zonder dat de benodigde bandbreedte evenredig meesteeg.

De opkomst van breedband en de eerste IPTV-diensten

De brede beschikbaarheid van breedbandinternet in de vroege jaren 2000 opende de deur voor een volledig nieuwe manier van televisie distribueren. Telecombedrijven die al over een breedbandnetwerk beschikten, begonnen televisie aan te bieden via datzelfde netwerk. Dat was technisch gezien de eerste generatie IPTV die op grote schaal beschikbaar werd voor consumenten.

KPN was in Nederland een van de eersten die via hun ADSL- en later glasvezelnetwerk televisiediensten aanbood, onder de naam KPN Interactief TV. Die dienst werkte op hetzelfde principe als moderne IPTV: videoinhoud werd als datastroom via het IP-netwerk verstuurd naar een decoder thuis, in plaats van via een apart kabelsignaal.

Het verschil met hedendaagse IPTV-diensten is dat die eerste generatie volledig beheerd was door de telecomanbieder. De kijker had een specifieke decoder van de provider nodig en kon geen gebruik maken van alternatieve apps of toestellen. Moderne IPTV-diensten zijn open van aard: ze werken met standaardprotocollen die door vrijwel elk compatibel toestel kunnen worden gebruikt.

Hoe IPTV zich verhoudt tot streaming en on-demand diensten

In de volksmond worden IPTV en streaming-diensten zoals Netflix of Disney Plus vaak over een kam geschoren. Technisch gezien zijn het echter verschillende systemen met een ander gebruik. Streaming-diensten richten zich primair op content on demand: de kijker kiest zelf wat en wanneer hij kijkt uit een beschikbare bibliotheek.

IPTV richt zich in de eerste plaats op live televisie. Kanalen worden in real time uitgezonden, net zoals bij traditionele televisie. Veel moderne IPTV-diensten combineren live televisie met terugkijkfuncties en een beperkt on-demand aanbod, maar de kern van het systeem blijft de real-time uitzending van lineaire kanalen. Dat onderscheidt IPTV van pure streamingplatformen en verklaart waarom het voor veel kijkers een directe vervanging kan zijn van een klassiek tv-abonnement.

Wat maakt IPTV technisch anders dan kabeltelevísie

Bij kabeltelevísie worden alle kanalen tegelijkertijd over de kabel verstuurd. Een decoder selecteert het gewenste kanaal uit die continue datastroom. Bij IPTV wordt alleen het kanaal verstuurd waar de kijker om vraagt. De server start de stream op het moment van aanvraag en stuurt die specifiek naar het toestel van die gebruiker.

Dat heeft gevolgen voor de bandbreedte die nodig is. Een kabelnetwerk moet alle kanalen continu beschikbaar houden voor alle aangesloten huishoudens. Bij IPTV via internet stuurt elke gebruiker een apart verzoek en ontvangt een eigen stream. Dat maakt het systeem flexibeler maar ook afhankelijker van de totale serverbelasting. Wie wil IPTV Kopen, doet er dan ook goed aan te informeren naar de serverinfrastructuur van de aanbieder, omdat die direct van invloed is op de stabiliteit van de streams.

De rol van compressie in moderne televisiestandaarden

Een centrale uitdaging in de ontwikkeling van televisietechnologie was altijd het verkleinen van de benodigde transmissiecapaciteit zonder in te leveren op beeldkwaliteit. Videocompressie speelt daarin een sleutelrol. De MPEG-2 standaard die in de jaren negentig werd ingevoerd voor digitale televisie, maakte het mogelijk meerdere HD-kanalen op dezelfde capaciteit te verspreiden die eerder nodig was voor één analoog kanaal.

H.264, ook bekend als MPEG-4 AVC, verbeterde de compressie-efficiëntie opnieuw aanzienlijk. H.265, ofwel HEVC, biedt bij dezelfde beeldkwaliteit opnieuw een halvering van de bestandsgrootte ten opzichte van H.264. Voor IPTV-aanbieders betekent dat minder serverbelasting en lagere bandbreedtevereisten per stream, wat bijdraagt aan een stabielere dienst voor meer gelijktijdige gebruikers.

Van looptijd naar gebruikspatroon: hoe kijkgedrag veranderde

De technologische ontwikkeling van televisie heeft ook het kijkgedrag van mensen ingrijpend veranderd. In de tijd van analoge televisie was de programmering leidend. Kijkers pasten hun dag aan het tv-schema aan. Met de komst van de videorecorder in de jaren tachtig begon die relatie te veranderen. Voor het eerst was het mogelijk een uitzending op te slaan voor later gebruik.

Digitale technologie en later IPTV hebben die verschuiving versneld. Terugkijkfuncties, opnamemogelijkheden in de cloud en on-demand bibliotheken geven kijkers steeds meer controle over wat ze wanneer bekijken. Een IPTV Abonnement geeft in die context niet alleen toegang tot live kanalen, maar vertegenwoordigt ook een breder paradigma van televisiekijken waarbij de kijker centraal staat in plaats van de uitzendplanning van de omroep.

Die verschuiving past in een langere historische lijn waarbij elke technologische stap in televisie de kijker meer vrijheid en meer keuze heeft gegeven. Van een handvol kanalen via een dakantenne tot honderden zenders uit de hele wereld via een internetverbinding. De technologie verandert, maar het doel blijft hetzelfde: beelden en verhalen toegankelijk maken voor zo veel mogelijk mensen.